Verslag van de dagvaarding van mijn vader
Gisteren (27 januari 2004) is de zitting geweest en mijn vader heeft een voorwaardelijke boete van 450 euro
(of een dag hechtenis) gekregen.
De rechter toonde veel begrip voor de situatie waarin mijn vader was beland. Hij vond de aangeboden transactie ook erg hoog,
hij zei dat men dit moest zien in het historisch perspectief.
Er was ten tijde van de vogelpest ook veel regelgeving welke soms dagelijks veranderde, en de rechter had daarom ook wel
begrip voor het feit dat mijn vader mede daardoor niet geheel had voldaan aan de ophokplicht.
Er was echter geen twijfel over het geconstateerde feit, ( geen goed dak boven het hok) en daarom had de OVJ wel een zaak.
Dat de minister van LNV gratie verleend had aan mensen die hun dieren verborgen hadden gehouden stond volgens de OVJ
en de rechter los van deze gerechtelijke procedure.
Over het door mij overlegde bewijsstuk van de vergelijkbare zaak waarin de OVJ wel had geseponeerd, zei de rechter dat hij op
deze korte termijn niet geheel kon overzien of deze zaak inderdaad vergelijkbaar was, maar dat deze persoon in ieder geval
geluk had gehad. (Ik denk dat "geluk" vooral te maken had met een schappelijke OVJ)
In onze zaak bleek de OVJ niet zo schappelijk.
De rechter merkte op dat er geen sprake was van moedwil en dat de regels destijds niet helder waren, omdat er wel sprake was
van een strafbaar feit kwam hij met de laagste straf die hij kon geven voorwaardelijk een dag hechtenis of 450, euro.
Ook achtte hij de kans erg klein dat mijn vader binnen de proeftijd nogmaals geverbaliseerd zou worden voor een degelijk vergrijp.
Mijn vader was blij dat hij niet hoefde te betalen en is niet van plan om in beroep te gaan.
Han van Doorn
naar boven
De pleitnota, opgesteld door Han van Doorn (rechtszaak 27-01-2004)
Pleitnota
Inzake; sector 87, parketnr. 05/087682-03, volgnr. 0004
Ons kenmerk; MCM27012004
Edelachtbare,
Mijn naam is Han van Doorn en ik spreek hier namens mijn vader M.C.M. van Doorn. Mijn vader is 77 jaar en zijn gehoor is niet optimaal.
1. Mijn vader heeft destijds keurig conform de voorschriften aan de verplichting tot ophokken voldaan. Het was hem niet bekend dat het hok aan de bovenzijde moest worden voorzien van een dak. Mijn vader kon dit in redelijkheid ook niet weten, daar het ministerie van LNV deze verplichting pas in een laat stadium en op voor vele burgers op onzichtbare wijze heeft gecommuniceerd. Mijn vader is dus van goede wil geweest en dat opzicht valt hem helemaal niets te verwijten.
Ook is hem niet de mogelijkheid geboden zijn fout te corrigeren, mijn vader heeft meteen nadat hij door de verbalisant op de hoogte gesteld was van de door hem begane overtreding, een plastic zeil aangebracht over de boven kant van het hok. Dit is ongeveer één uur nadien ook gezien door twee vrouwelijke politiebeambten welke ter plaatse kwamen kijken.
( Ik heb een poging ondernomen om er achter te komen wie deze beambten waren, maar dit bleek niet te lukken er zijn volgens de plaatselijke politie, destijds veel beambten uit andere regio’s ingezet in ons gebied).
Ook heb ik onderzocht of er destijds (voor 11 april 2003) door de gemeente Maasdriel nog extra inspanningen gedaan zijn op het gebied van voorlichting aan burgers v.w.b. ophokplicht, bijvoorbeeld in lokale kranten of brieven aan bewoners, volgens gemeente functionaris Dhr Vogel is dit niet het geval.
2. Tijdens de vogelpestcrisis hebben een aantal burgers welbewust hun pluimvee verborgen voor de opsporingsambtenaren. Deze burgers handelden bewust en opzettelijk in strijd met de wet. Na afloop van de vogelpest heeft de minister van LNV, de heer Veerman, deze personen collectief 'gratie' verleend. Dit wil zeggen dat deze mensen niet werden vervolgd, ook in die gevallen waarin het de overheid bekend was dat deze mensen moedwillig en opzettelijk de wet hadden overtreden. In dit licht bezien is het absurd om thans mijn vader wel te vervolgen, daar deze wel van goede wil is geweest en slechts door onbekendheid in strijd met een niet goed gecommuniceerde wet heeft gehandeld. Mijn vader wil een beroep doen op het rechtsprincipe dat burgers op gelijke wijze moeten worden behandeld.
3. Tijdens de vogelpestcrisis zijn er diverse personen geverbaliseerd omdat zij, net als mijn vader, niet 100% hadden voldaan aan de ophokplicht. In een aantal gevallen betrof het hier zelfs personen die hun pluimvee in het geheel niet hadden opgehokt, doch vrij in de natuur lieten rondlopen. Ook van deze personen is bekend dat, hoewel de overtreding is geconstateerd en hiervan proces verbaal is opgemaakt, de minister heeft aangegeven niet tot verdere vervolging over te gaan. Van tenminste een zo'n situatie beschik ik over een schriftelijke bevestiging dienaangaande.
4 Op basis van eerder genoemde argumenten vinden wij deze boete van 990 euro dan ook niet op zijn plaats en verzoeken u om vrijspraak.
Han van Doorn
naar boven