Standpunt inzake vaccinatie Aviaire Influenza

Betreft:
Standpunt bestuur Groep Pluimveewetenschappen KNMvD en CVO-Overleggroep Sleutelfiguren in de Pluimveegezondheidszorg inzake vaccinatie Aviaire Influenza

Someren, 2 mei 2003

Op maandag 28 april jl. vond op het bureau van de KNMvD te Houten overleg plaats tussen dierenartsen die een sleutelrol hebben in de pluimveegezondheidszorg en collega Jan Vaarten als vertegenwoordiger van LNV, bij ontstentenis van de CVO.

Behalve Jan Vaarten waren aanwezig: Tjep de Vries (voorzitter Groep Pluimveewetenschappen, Specialist Pluimveegezondheidszorg Gezondheidsdienst voor Dieren), Tjeerd Jorna (algemeen secretaris KNMvD), Arjan Stegeman (Hoogleraar Epidemiologie Faculteit der Diergeneeskunde) Peter Wijnen (Specialist Pluimveegezondheidszorg, practicus Pluimveepraktijk de Achterhoek Ruurlo) Bert van Nijhuis (dierenarts bij Verbeek's opfokbedrijven) Jan Lambers (dierenarts Pluimveeconsultant) Goossen van den Bosch (dierenarts Intervet International) Rik Koopman (bestuurslid Groep Pluimveewetenschappen, dierenarts Intervet International) André Derkx (dierenarts bij Hybro BV en Hendrix Poultry Breeders) Paul Cornelissen (practicus Pluimveepraktijk Nood en Oost Slagharen) Peter van Beek (Specialist Pluimveegezondheid, pluimveeconsultant) Frans Davelaar (Specialis Pluimveegezondheid, dierenarts Fort Dodge Animal Health) Marc Heijmans (practicus Dierenartspraktijk Ell) André Steentjes (secretaris Groep Pluimveewetenschappen, practicus Veterinair Centrum Someren)

In dit overleg is nadrukkelijk gesproken over toepassing van vaccinatie in de bestrijding van de epidemie van Aviaire Influenza (HPAI) die sinds 28 februari in Nederland woedt. Naar aanleiding van deze beraadslagingen komen wij op basis van zuiver veterinaire overwegingen tot het volgende standpunt.

Wij stellen vast dat sedert de eerste uitbraak in de Gelderse Vallei wordt vastgehouden aan dezelfde bestrijdingsstrategie. Deze is vooral gebaseerd op stamping out van zowel bedrijfsmatig als hobbymatig gehouden pluimvee binnen één kilometer, ruiming in zgn. pluimveevrije bufferzones en bij verdere escalatie het leegruimen van een complete regio.

Op de 59e dag (28 april 2003) na vaststelling van de eerste verdenking in de Gelderse Vallei heeft deze aanpak geleid tot 231 besmette bedrijven en 17 ernstige verdenkingen waarbij inmiddels 21 miljoen stuks pluimvee ( bijna een kwart van de totale Nederlandse pluimveestapel) zijn geruimd. Inmiddels is het virus ook verspreid naar België en valt voor uitbreiding naar Duitsland ernstig te vrezen.

Voor ons is er geen reden aan te nemen dat verdere verspreiding van het virus naar andere delen van Nederland (w.o. West-Brabant, de regio Venray, of zelfs naar Oost-Nederland) kan worden tegengehouden met de huidige aanpak. Het tot heden gevoerde beleid faalt in het tot staan brengen van deze epidemie. Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de eigenschappen van het betrokken virus en de manier waarop het kan worden verspreid.

Bovendien vrezen wij uit berichtgevingen rondom het hobbypluimvee dat personen die zichzelf geen rekenschap geven van de risico's van besmet pluimvee zullen trachten hun pluimvee "in veiligheid te brengen" door niet te melden dan wel hun pluimvee naar "veiliger oorden te transporteren".

Het is niet denkbeeldig dat het AI-virus hierdoor plotseling in andere delen van het land of zelfs in het buitenland kan opduiken. De demotivatie van hobbypluimveehouders die hun pluimvee moeten laten afmaken mag niet worden onderschat ! De groep hobbypluimveehouders vormt zowel numeriek als wat betreft verspeiding door het gehele land een bijzonder groot potentieel aan besmettingshaarden. Ook hun gedrag en motivatie m.b.t. HPAI infecties is onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. Door alle pluimvee uit deze groep te vaccineren is het risico voor HPAI vanuit deze groep geminimaliseerd en hoeven deze dieren niet geruimd te worden. Dit bespaart enorm veel arbeid voor de overheid en leed bij betrokkenen en draagt bovendien bij aan een positieve benadering.

Het vaccineren van bedrijfsmatig gehouden pluimvee leidt volgens wetenschappelijk onderzoek tot een beperking van risico op besmetting en bij eventuele besmetting tot een zeer beperkte virusuitscheiding.

Om voornoemde redenen achten wij het onder voorwaarden uitvoeren van vaccinatie tegen AI een noodzakelijke aanvulling in de huidige bestrijding van de vogelpestepidemie; zowel voor hobbymatig pluimvee als voor bedrijfspluimvee. Nadrukkelijk stellen wij dat het een aanvulling betreft; de noodzaak van andere bestrijdingsmethoden zoals ruiming van besmettingshaarden, compartimentering, één-op-éen transporten, meldingsplicht enz. onderschrijven wij nog steeds.

Uitgaande van de stand van zaken op maandag 28 april adviseren wij vaccinatie tegen Aviaire Influenza bij bedrijfsmatig gehouden pluimvee in het Zuidelijk deel van Nederland (ten Zuiden van de Waal) én bij herbevolking in alle reeds ontruimde gebieden.

Ervaringen uit Italië leren dat via een goed systeem van registratie en identificatie waarbij binnen koppels 60 dieren als sentinels (verklikkerdieren die zowel aan vleugel- als aan de poot uniek gemerkt worden) niet worden gevaccineerd en een goede follow-up via periodiek bloedonderzoek een eventuele besmetting met AI voldoende snel kan worden vastgesteld.

In Nederland worden alle broed- en consumptie-eieren ter tracering al verplicht op het bedrijf gestempeld; producten van pluimvee (incl. het vlees) moeten dus geborgd kunnen worden verhandeld.

Naar onze mening zou al het bedrijfsmatig gehouden pluimvee (met uitzondering van vleeskuikens) moeten worden gevaccineerd gedurende een periode die zodanig lang is dat er geen indicaties meer zijn voor aanwezigheid van actief AI-virus. Met name het onderzoek van verklikker-dieren (sentinels) is hierbij van essentieel belang.

Om hobbyhouders te motiveren zich te melden en gesleep met mogelijk besmet pluimvee te voorkomen adviseren wij hobbypluimvee verplicht te laten vaccineren. Omdat controle op dierniveau te tijdrovend en kostbaar zal zijn, adviseren wij om de eigenaar van de dieren en het adres waar de dieren worden gehouden te registreren; bij verhoogde sterfte dient dit bij de dierenarts te worden gemeld. Met het oog op de andere lijst A-ziekte (Newcastle disease) kan op deze manier tevens in beeld gebracht worden hoe groot de omvang van deze pluimveestapel eigenlijk is. Doordat het transport van pluimvee verboden en de noodzaak voor verplaatsing vervallen is, zal hiermee het risico op verspreiding van HPAI vanuit deze groep hobbypluimveehouders geminimaliseerd zijn.

De kosten voor de registratie en vaccinatie kunnen op de hobbyhouders worden verhaald en zullen op minder bezwaar stuiten dan melding en dientengevolge doding van hun soms zeer waardevolle pluimvee ! Daarnaast is het voor veel hobbypluimveehouders niet te begrijpen dat voor pluimvee in dierentuinen wel uitzondering wordt gemaakt om te vaccineren.

Omdat ook het risico van de volksgezondheid in deze epidemie in beeld is gekomen lijkt vaccineren van bedrijfsmatig en hobbymatig pluimvee ons inziens nog een belangrijk argument erbij te hebben gekregen, namelijk die van de maatschappelijke acceptatie.

Ons standpunt in deze is louter gebaseerd op veterinaire afwegingen. Al in eerder overleg met de CVO hebben wij aangedrongen op het zo spoedig mogelijk in Brussel aankaarten van de mogelijkheid van vaccinatie. Het stelt ons teleur dat vanaf begin maart uitgebrachte adviezen vanuit diverse gremia (o.a. ook vanuit de ad hoc kennisgoep AI) tot nu toe nog steeds niet zijn overgenomen. Met name speelt hierin mee dat wij van mening zijn dat het ethisch onacceptabel is grote aantallen gezonde dieren te blijven vernietigen. Eens temeer dwingt de huidige grensoverschrijdende AI-epidemie tot herbezinning op het non-vaccinatiebeleid.

Wij realiseren ons terdege dat aan een vaccinatie beleid ook nadelen kleven, met name voor de handel met derde landen. De hoogste prioriteit heeft echter het tot staan brengen van deze verwoestende epidemie. Naar wij hebben vernomen is het Italië wel toegestaan om vlees van gevaccineerde kalkoenen op de Europese markt af te zetten. Daarnaast staat in Council Directive 92/40 in Artikel 16 de tekst: "Where a member state is authorized with point (a), to have recourse to emergency vaccination on a limited part of the territory, the status of the remainder of the territory shall not be affected...".

In de hoop op een heroverweging ten aanzien van vaccinatie en tot nadere uitleg bereid, namens het bestuur van de Groep Pluimveewetenschappen en het overlegorgaan "Sleutelfiguren in de pluimveegezondheidszorg",

André Steentjes
Secretaris Groep Pluimveewetenschappen KNMvD

www.kippenmoord.nl