Nog maar twee jaar geleden hebben we in Nederland gezien wat de gevolgen van vogelgriep kunnen zijn en dat was een besmetting met een virusvariant ( H7N7) die minder agressief was dan de H5N1 variant die nu oprukt vanuit Azië. Die heeft in Azië inmiddels meer dan 60 personen en 140 miljoen dieren het leven gekost. Wat zullen de gevolgen zijn als het vogelgriepvirus in Nederland verandert in een virus dat niet alleen van vogel op mens, maar ook van mens op mens overspringt? De gevolgen van een mutatie van het virus zijn niet te overzien. Griep klinkt onschuldig maar is het niet. De Spaanse griep heeft kort na de eerste wereldoorlog aan meer dan 20 miljoen mensen het leven gekost.
De gezondheidszorg van 2005 is stukken beter dan in 1920 maar kan nog steeds weinig doen tegen acute virusinfecties. Het risico van een mutatie van het virus naar een virus dat van mens op mens overgaat is met name groot in gebieden waar naast vogels ook varkens zijn. In centraal China lopen eenden, kippen en varkens door elkaar heen te scharrelen in een ultieme vorm van biologische dierhouderij. Niet voor niets is deze regio de oorsprong geweest van de Spaanse griep, de Hongkong griep en nu van de vogelgriep.
In Nederland is het besmettingsgevaar de laatste jaren sterk toegenomen door de groei van de scharreldierhouderij. De ophokplicht betekent niet dat alle risico's nu verdwenen zijn. Trekvogels overwinteren massaal in Nederland. Deze dieren kunnen virus bij zich hebben. Watervogels krijgen buikgriep en worden niet zo ziek dat ze niet meer kunnen vliegen. Kippen krijgen longinfecties, worden doodziek en sterven binnen enkele dagen. We moeten voorkomen dat als er virus het land binnen komt, dit niet snel ontdekt wordt en er een enorme virusvermeerdering kan plaats vinden. Het risico van een virusexplosie onder hobbypluimvee is veel minder groot omdat deze dieren in veel kleinere aantallen gehouden worden. Zij kunnen zelfs als een soort verklikkerkippen een bijdrage leveren aan een vroegtijdige ontdekking van vogelgriep. Een ander groot risico van besmetting door vogelgriep vormen mensen die in Azië zijn geweest en daar in contact zijn gekomen met het virus.
De beste manier om een virusexplosie te voorkomen is het vaccineren van gezonde dieren. Helaas geldt in de EU het non-vaccinatiebeleid en staat vogelgriep op de lijst van dierziekten waartegen niet geënt mag worden. Het argument hierbij is dat gevaccineerde dieren virus onder de leden zouden kunnen hebben en zo een ziekte zouden kunnen verspreiden. Maar de kans daarop is bijna te verwaarlozen. Bovendien is de EU niet consequent, want tegen een andere kippenziekte pseudovogelpest moet verplicht gevaccineerd worden.
We kennen de variant waartegen gevaccineerd dient te worden en een Nederlands diergeneesmiddelenbedrijf verkoopt miljoenen doses aan Rusland en China. Een vaccin prikkelt het immuunapparaat tot het vormen van antilichamen en deze prikkeling moet op zijn minst enkele weken voor een besmetting plaatsgevonden hebben, wil het effectief zijn. Als er ergens in Nederland een wilde gans met vogelgriep wordt ontdekt, is het hoogstwaarschijnlijk al te laat om alsnog te gaan vaccineren.
Risicodieren zouden gevaccineerd moeten kunnen worden. Alleen al in het belang van de volksgezondheid dient de EU met spoed het non-vaccinatiebeleid te heroverwegen en zo spoedig mogelijk te onderzoeken op welke wijze vaccinatie ingezet kan worden. Handelsbelemmeringen voor producten van gevaccineerde dieren horen opgeheven te worden.
Is er wetenschappelijk bewijs van verspreiding van griepvirus via gevaccineerde dieren? Iedere kip wordt gevaccineerd tegen verscheidene ziektes en die worden ook niet verspreid. Vaccinatie is niet de ultieme oplossing voor alle infectieziekten en zeker tegen het griepvirus met zijn vele varianten en voortdurende mutaties zijn ook nadelen van vaccinatie te noemen. Maar het op voorhand uitsluiten van vaccinatie kunnen we ons niet meer veroorloven. Selectief inzetten van vaccinatie kan risico's voor de volksgezondheid verminderen. Bovendien kunnen gevaccineerde kippen rustig buiten scharrelen.
Antwoord op kamervragen over de noodzaak van de ophokplicht
woensdag 14 september 2005
bron: ministerie van LNV
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
ons kenmerk: VD. 2005/2611
onderwerp: Antwoorden lid Vos (GroenLinks) over de noodzaak van de ophokplicht
Geachte Voorzitter,
In antwoord op de vragen van het lid Vos (GroenLinks) over de noodzaak van de ophokplicht bericht ik u als volgt.
Vraag 1
Is de kans groot dat Nederland geen toestemming krijgt van de Europese Commissie om de biologische en Freilandeieren als biologisch en uitloop te blijven verkopen, rekening houdend met de Nederlandse ophokplicht? 1)
1) Spits, 5 september jl.
Antwoord 1
Voor de zogenaamde Freilandeieren is in de betreffende Europese verordening (2295/2003/EG) expliciet geregeld dat aan het voorschrift: 'beschikking over uitloop in de open lucht', niet hoeft te worden voldaan indien de veterinaire autoriteiten tijdelijke beperkingen opleggen. In de Europese verordening voor het houden van biologische kippen is dit niet geregeld, maar sta ik op het standpunt dat een analoge uitleg kan worden gehanteerd. De Europese Commissie heeft bevestigd dat, indien de veterinaire noodzaak voor tijdelijke maatregelen aanwezig is, dit de status van biologische of Freilandeieren in beginsel niet aantast. Ik verwacht derhalve dat de Freiland- en biologische eieren als zodanig kunnen blijven worden verkocht. Op dit moment zijn mij ook geen afzetproblemen bekend.
Vraag 2
Wanneer wordt het besluit over de status van de Nederlandse eieren door de Europese Commissie verwacht?
Antwoord 2
In het licht van mijn antwoord op vraag 1 verwacht ik niet dat de Europese Commissie een besluit zal nemen over de status van de Nederlandse eieren. Een definitief oordeel over de Nederlandse preventieve maatregel om insleep van Aviaire Influenza (AI) te voorkomen, verwacht ik evenwel binnen enkele weken.
Ik ben in overleg met de Europese Commissie, samen met de andere lidstaten, om te bezien of er ook een communautair kader kan worden ontwikkeld, waarin de Nederlandse maatregelen kunnen worden ingepast. Dit overleg kan nog enige tijd in beslag nemen.
Vraag 3
Acht de Europese Commissie het risico op uitbraak van vogelpest in Nederland als gevolg van besmetting door trekvogels als zeer gering? Zo ja, welke feiten of wetenschappelijke inzichten bepalen het verschil in beoordeling tussen Nederlandse en Europese experts?
Antwoord 3
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar mijn antwoorden op de vragen van het lid Van Velzen (SP), u toegezonden bij mijn brief van 9 september 2005.
Vraag 4
Bent u bereid de ophokplicht, die vooral de biologische pluimveehouders treft, in te trekken en aan te sluiten bij de Europese lijn van verscherpte monitoring en hygiënemaatregelen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4
Ik verwijs u naar mijn brief aan de Tweede Kamer van 31 augustus 2005 (TK II, 2004-2005, 28807, nr. 83). Hierin heb ik de tijdelijke regeling ter wering van AI toegelicht. Met mijn aanpak probeer ik te voorkomen dat de gehele Nederlandse pluimveesector zou worden getroffen door een uitbraak van AI. De in de regeling beschreven maatregel omvat overigens nadrukkelijk niet slechts een zogenaamde ophokverplichting, maar biedt een alternatief om het pluimvee op andere wijze af te schermen. De preventieve maatregelen blijven niet langer van kracht dan veterinair noodzakelijk is, maar intrekking is op dit moment niet aan de orde.
Ik ondersteun de Europese lijn van verscherpte monitoring en hygiënemaatregelen zoals voorgesteld door de technische werkgroep van het Permanent Comité voor de Voedselveiligheid en Diergezondheid (PCVD) op 25 augustus 2005. Deze werkgroep concludeerde evenwel ook dat, op basis van risicobepaling op bedrijfsniveau, extra veiligheidsmaatregelen tegen het risico op insleep van AI geboden zijn, waarbij met name rekening gehouden zou moeten worden met trekroutes van watervogels. De Nederlandse maatregelen zijn genomen in het licht van de situatie dat Nederland met de vele waterrijke gebieden aantrekkelijk is voor en bezocht wordt door vele duizenden trekkende watervogels. Ik bezie momenteel of het accent van de maatregelen kan worden gewijzigd van een voorzorgsprincipe naar een zorgplicht. Daardoor kan bij de praktische uitwerking van de maatregelen wellicht meer rekening gehouden worden met de omgevingssituatie van het pluimveebedrijf en kan bijvoorbeeld worden volstaan door afscherming van de buitenuitloop met netten.
Vraag 5
Wat betekent een negatief besluit van de Europese Commissie over de status van de Nederlandse eieren voor de sector en welke compensatie gaat u daar tegenover stellen?
Antwoord 5
Ik verwijs naar mijn antwoorden op de vragen 1 en 2.
Vraag 6
Hoe 'tijdelijk' is de huidige ophokplicht en wat zijn de criteria op basis waarvan tot het opheffen van de ophokplicht wordt besloten?
Antwoord 6
De preventieve maatregelen zijn genomen omdat de dreiging op insleep door een combinatie van factoren nu groter is dan bijvoorbeeld dit voorjaar. Dat betekent dat diezelfde factoren kunnen leiden tot intrekking van de maatregelen. Heroverweging zal bijvoorbeeld aan de orde zijn indien de situatie in Rusland en Kazachstan zodanig is gewijzigd dat het besmettingsrisico duidelijk is afgenomen of wanneer uit de monitoring van de trekvogels blijkt dat het risico is afgenomen. Over de criteria om maatregelen in te kunnen trekken heb ik advies gevraagd aan de Commissie van Deskundigen AI. Ik zal u over de voortgang berichten.
Vraag 7
Wilt u deze vragen vóór 15 september 2005 beantwoorden om snel mogelijk duidelijkheid te hebben?
Antwoord 7
Ja.
De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,
dr. C.P. Veerman
naar boven
Antwoorden lid Van Velzen (SP) over maatregelen insleep AI
vrijdag 9 september 2005
bron: ministerie van LNV
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
ons kenmerk: VD. 2005/2585
onderwerp: Antwoorden lid Van Velzen (SP) over maatregelen insleep AI
Geachte Voorzitter,
In antwoord op de vragen van het lid Van Velzen (SP) over de maatregelen ter wering van insleep van Aviaire Influenza (AI) door trekvogels bericht ik u als volgt.
1
Is het waar dat deskundigen van de Europese Commissie de Nederlandse vrees voor besmetting door trekvogels ruim een week geleden weerspraken en dat het risico volgens hen zo goed als onbestaand zou zijn? 1) Zo ja, bent u bereid om de Kamer te informeren over de standpunten van deze deskundigen en de risicoanalyse die zij gemaakt hebben? Kunt u een reactie geven op hun analyse?
Antwoord:
De technische werkgroep van het Permanent Comité voor de Voedselveiligheid en Diergezondheid (PCVD), onder andere bestaande uit veterinair deskundigen uit de lidstaten van de Europese Unie (EU), heeft op 25 augustus 2005 het risico voor besmetting door trekvogels niet weersproken of zo goed als onbestaand genoemd, maar bestempeld als 'moeilijk te kwantificeren' en 'vermoedelijk laag'.
De overwegingen van de werkgroep zijn door de Europese Commissie openbaar gemaakt en de betreffende publicatie is als bijlage bijgevoegd.
Nederlandse deskundigen op het gebied van vogels en virologie hebben aangegeven dat het risico op besmetting door trekvogels zich moeilijk laat kwantificeren. Het risico wordt aanwezig geacht, onder andere op basis van het feit dat het hoogpathogene virus in trekvogels in door AI-besmette gebieden is vastgesteld. De deskundigen stellen dat trekvogels drager kunnen zijn van AI en dat via trekroutes besmette vogels Nederland zouden kunnen bereiken. Gelet op de consequenties van dat risico heb ik dat als uitgangspunt voor mijn maatregelen genomen.
2
Kunt u aangeven waar de risicoanalyses van Duitsland en België afwijken van de Nederlandse, gezien het feit dat Duitsland er niet voor kiest om per direct over te gaan tot een ophokplicht en de Belgen er zelfs voor kiezen slechts bedrijven die in de buurt van foerageerplaatsen van trekvogels liggen een ophokplicht op te leggen?
Antwoord:
De situaties met betrekking tot de risico's op insleep van AI kunnen per EU-lidstaat verschillen, bijvoorbeeld omdat pluimvee onder andere omstandigheden wordt gehouden of dat een land minder trekvogels binnen de grenzen krijgt. De Nederlandse situatie heeft ook zijn eigen specifieke kenmerken met relatief veel waterrijke gebieden, een aantrekkelijke ligging op de route van trekvogels en een hoge pluimveedichtheid in sommige gebieden.
3
Bent u bekend met de opmerkingen van hoogleraar gedragsbiologie Theunis Piersma, dat niet de trekvogels, maar verpakt vlees en reizigers die uit met vogelpest besmette gebieden komen het grootste gevaar voor de overdracht van het virus naar Nederland vormen?
4
Kunt u aangeven waarom er is besloten als eerste maatregel tegen de insleep van het virus over te gaan tot een ophokplicht, terwijl verschillende deskundigen andere wijzen van insleep van het virus als veel riskanter bestempelen?
Antwoord 3 en 4
Ja, ik ben bekend met deze opvatting. In mijn brief aan de Tweede Kamer (TK) van 31 augustus 2005 (TK II, 2004-2005, 28807, nr. 83) ga ik in op de verschillende risico's en maatregelen die naar aanleiding van die verschillende risico's zijn genomen.
Het grootste risico vormt de import van levende vogels of producten daarvan. Het importverbod dat daarop betrekking heeft is als eerste maatregel van kracht geworden.
5
In hoeverre hebt u een weging gemaakt van andere insleeprisico's en maatregelen daartegen ingesteld? Is er bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheid van insleep van het virus via de ventilatoren in de stallen van pluimveebedrijven? Is er gekeken naar het risico van transporten van levend pluimvee naar Oost-Europese landen en waarom is niet besloten die transporten voorlopig stil te leggen? Is er gekeken naar het risico dat reizigers het virus via de luchthaven of andere transportroutes binnenslepen? Waarom is nog niet overgegaan tot het verplicht stellen van hygiënische maatregelen op onder andere luchthavens? Is gekeken naar het risico dat het virus via verpakt vlees wordt binnengesleept?
Antwoord:
Er zijn vele kleine en een aantal grote risico's op insleep van het AI-virus. Met de beschreven maatregelen meen ik dat de grootste risico's zo goed mogelijk zijn afgedekt. De huidige situatie met betrekking tot de dreiging tot insleep rechtvaardigt niet een aanpak waarbij ook alle mogelijke kleine risico's worden afgedekt. Het risico van insleep via ventilatoren in de stallen van pluimveebedrijven speelt eigenlijk pas als het virus Nederland heeft bereikt. Omdat de veterinaire noodzaak ontbreekt zijn transporten van pluimvee of eieren naar Oost-Europese landen niet verboden. Wel heb ik via de productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) laten nagaan welke transporteurs eventueel pluimvee, ééndagskuikens of eieren vervoeren naar besmette regio's. Met hen zijn thans op vrijwillige basis afspraken gemaakt over het vermijden van risico's en het nemen van extra hygiënemaatregelen, zoals ontsmetting van voertuigen. Hygiënische maatregelen op luchthavens kunnen een aanvullende maatregel zijn om één van de kleinere risico's af te dekken. De ervaring met bijvoorbeeld desinfecterende matten heeft in 2004 geleerd dat deze maatregel logistiek ingewikkeld is en ook tamelijk kostbaar. Verder is het huidige grote verspreidingsgebied van AI, gecombineerd met het intensieve reizigersverkeer tussen Europa en besmette regio's een complicerende factor. De EU-benadering van informatieverstrekking aan reizigers prevaleert daarom.
6
In hoeverre hebt u er voor gekozen om op dit moment, waarop het risico van insleep relatief klein is, te kiezen voor een maatregel die voor het grootste gedeelte van de sector en voor de overheid geen financiële consequenties heeft? Welke afweging hebt u gemaakt, wetende dat juist de biologische sector grote financiële risico's loopt indien hen een ophokplicht wordt opgelegd die niet door Brussel wordt ondersteund?
Antwoord:
In mijn brief aan de TK van 31 augustus 2005 (TK II, 2004-2005, 28807, nr. 83) heb ik toegelicht dat ik bij het nemen van de maatregel de welzijns- en economische argumenten heb meegewogen. Mijn inzet is erop gericht financiële consequenties zoveel mogelijk te voorkomen. De Europese Commissie staat op het standpunt dat indien er een veterinaire noodzaak is, waardoor buitenuitloop tijdelijk niet mogelijk is, dit de biologische status van die eieren in beginsel niet aantast. De Europese Commissie heeft op 25 augustus 2005 weliswaar aangegeven geen noodzaak te zien voor een EU-brede ophokmaatregel, maar deze uitspraak staat los van de specifieke beoordeling van de Nederlandse aanpak waarover nog overleg plaatsvindt. Met de Europese Commissie wordt momenteel overlegd of er een communautair kader kan worden ingericht waarin nationale maatregelen kunnen worden ingepast.
7
Deelt u mijn mening dat het instellen van een ophokplicht op basis van dezelfde risicoanalyse ook op een later moment had kunnen gebeuren en dat u, door de door u gemaakte keuze binnen enkele dagen over te gaan tot deze verplichting, een extra verantwoordelijkheid heeft de sector ten dienste te zijn met maatregelen om welzijnsproblemen te tackelen?
Antwoord:
De keuze voor het moment van inwerkingtreding is ingegeven door het advies van de Commissie van Deskundigen die mij in verband met de start van de vogeltrek op dat moment adviseerden een ophokgebod in te stellen. Gegeven ook de ervaring met de uitbraak in 2003 heb ik niet geaarzeld om naar aanleiding van dat advies een besluit te nemen. Juist echter om welzijnsproblemen in de pluimveehouderij met vrije uitloop te kunnen voorkomen of te beperken heb ik naast de ophokplicht het alternatief geboden om tijdelijk afgeschermde uitloop te creëren, welke maatregel hetzelfde preventieve effect beoogt.
8
Kunt u aangeven welk scenario u gaat volgen indien de Europese Commissie besluit dat de inmiddels in werking gestelde maatregelen in Nederland niet op veterinaire overwegingen zijn gestoeld? Deelt u de mening dat juist de biologische sector daar de grootste financiële consequenties van zal ondervinden, aangezien eieren en pluimveevlees uit deze sector niet meer zullen voldoen aan de Europese voorwaarden voor biologische producten, waardoor een groot gedeelte van de exportmarkt weg kan vallen? Zo ja, deelt u de mening dat daar waar biologische houderijen het grootste financiële risico dragen, compensatie op zijn plaats is?
Antwoord:
De meeste vragen die u onder punt 8 stelt heb ik reeds beantwoord in mijn antwoorden op de eerdere vragen. Voor wat betreft het laatste onderdeel van deze vraag: ik ga er van uit dat de biologische status voor de eieren behouden blijft en dat compensatie niet aan de orde zal komen.
9
Deelt u de mening dat, indien de ophokplicht langdurig zal zijn en in ieder geval in het winterseizoen nog zal bestaan, de biologische pluimveehouders die er voor kiezen om een buitenloop mogelijk te maken hoge kosten zullen hebben voor het aanleggen van semi-permanente overdekte uitlopen waar nauwelijks risico van besmetting bestaat? Zo ja, bent u bereid biologische pluimveehouders te compenseren voor het aanleggen van dergelijke uitlopen?
Antwoord:
In de eerste plaats wil ik er op wijzen dat mijn inzet erop gericht is de maatregel niet langer te laten duren dan noodzakelijk is. Verder ben ik in overleg gegaan met de pluimveehouders die vrije uitloop hebben, om te bezien hoe tijdelijke afgeschermde buitenuitloop kan worden aangelegd zonder buitensporige kosten. Ik biedt daarvoor echter geen compensatie.
10
Is het waar dat de risico's op insleep van het virus in zo'n uitloop door het ontlasten van overvliegende trekvogels dusdanig klein is dat ook het aanleggen van een overspanning van netten afdoende is? Zo ja, bent u bereid biologische pluimveehouders te compenseren voor het aanleggen van dergelijke uitlopen?
Antwoord:
Deskundigen geven aan dat het AI-virus in uitwerpselen van besmette vogels een infectiebron kan zijn voor pluimvee. Daarmee vormt het dus een reëel risico indien de pluimveestapel daarmee in contact kan komen. Deskundigen hebben mij zeer recent laten weten dat het risico dat uitwerpselen van trekvogels in de buitenuitloop terecht komen afhankelijk is van een aantal omgevingsomstandigheden rond pluimveebedrijven. Momenteel wordt onderzocht of dit kan leiden tot een bepaald advies aan pluimveehouders voor de inrichting van de afschermconstructies van hun buitenuitloop, waaronder het gebruik van netten.
11
Is het waar dat zowel voor het aanleggen van overkappingen van uitlopen als voor het ophangen van grote netten een bouwvergunning aangevraagd zal moeten worden? Bent u bereid om er bij de gemeenten op aan te dringen over te gaan tot een snelle afhandeling van dergelijke vergunningaanvragen?
Antwoord:
Uit het overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heb ik mogen afleiden dat voor eenvoudige, tijdelijke afschermconstructies geen bouwvergunning vereist is.
12
Bent u bereid om deze vragen met spoed te beantwoorden gezien de toenemende problemen bij de huisvesting van pluimvee in de biologische sector?
Antwoord:
Ik heb de vragen naar vermogen zo snel mogelijk behandeld. Over eventuele problemen bij de huisvesting van pluimvee heb ik overleg met onder andere de biologische sector.
De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,
dr. C.P. Veerman
Bijlage:
Conclusions of the Standing Committee on the Food Chain and Animal Health Working group meeting on Avian Influenza 25 August 2005, Brussels
(link naar site van ministerie van LNV)
naar boven
Kort Geding tegen ophokplicht woensdag 21 september
donderdag 8 september 2005
persbericht van Wakker Dier, Dierenbescherming, Milieudefensie en Biologica
Amsterdam - De President van de Rechtbank in Den Haag heeft
Stichting Wakker Dier, de Dierenbescherming, Vereniging Milieudefensie,
Biologica en drie biologische pluimveehouders laten weten de zaak tegen de
ophokplicht voor commercieel gehouden kippen te kunnen behandelen op
woensdag 21 september aanstaande om 11 uur.
De organisaties beginnen een
kort geding tegen Minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en
Voedselveiligheid omdat door de verplichte ophok van kippen de toekomst van
de buitenuitloop en het dierenwelzijn ernstig in het geding is.
naar boven
Brussel wikt en weegt Nederlands ophokgebod
donderdag 8 september 2005
bron: Zibb.nl
Het is nog geen uitgemaakte zaak dat Brussel de Nederlandse ophokregeling goedkeurt. Dit leiden ingewijden af uit de gesprekken die de Europese Commissie (EC) deze week heeft gevoerd met betrokkenen.
Het struikelblok lijkt de afzet van biologische en ‘vrije uitloop’ eieren. De Europese regelgeving voorziet in de mogelijkheid om de eieren onder het genoemde etiket af te blijven zetten wanneer de kippen om veterinaire redenen tijdelijk worden opgehokt.
DG Agri zegt moeite te hebben met een dergelijke etikettering, met name als kippen het grootste deel van hun leven binnen zitten. Dit in verband met eerlijke informatieverstrekking aan de consument.
Een andere bron laat weten dat de EC heeft aangegeven dat er een precedent is aangaande de etikettering van een bepaald product. Daarbij heeft de juridische dienst geconcludeerd dat een ‘tijdelijke’ periode een tijdvak van 8 tot 10 weken is. Als de EC de Nederlandse maatregel goedkeurt, zal dat naar alle waarschijnlijkheid een goedkeuring zijn voor een dergelijke periode. Het is nu in eerste instantie aan DG Sanco om te besluiten of er sprake is van een juiste veterinaire maatregel.
naar boven
Bang voor vogelgriep? Stap de sauna in
dinsdag 6 september 2005
bron: Elsevier
In Nederland geldt een ophokplicht om een uitbraak van de vogelpest te voorkomen. De Finnen hebben hun eigen oplossing: iedereen die uit een gebied komt waar vogelpest heerst, moet een tijdje de sauna in.
Het vogelpestvirus overleeft namelijk de warmte van een sauna niet. Reizigers moeten daarom met hun koffers volledig gekleed het zweethok in. Helemaal zeker is het niet, maar het virus is dan vernietigd, denkt het Finse ministerie van landbouw.
Warm
Finland, dat grenst aan Rusland waar zieke vogels zijn aangetroffen, is bang dat de vogelgriep oprukt. Vandaar het advies. Kleren moeten ongeveer drie uren in een sauna worden opgeborgen. Die sauna moet dan wel zeventig graden warm zijn.
Sauna's genoeg in Finland. Vijf miljoen Finnen hebben er samen twee miljoen.
naar boven
Bio-boeren willen kip weer buiten
zaterdag 3 september 2005
bron: NRC
Door onze redacteur Arjen Schreuder
ROTTERDAM - Biologische pluimveehouders dreigen hun kippen weer buiten te laten lopen als er niet snel duidelijkheid komt over hun toekomst. Dat stelt voorzitter Chris Borren van de Biologische Pluimveehouders Vereniging. ,,Als deze ophokplicht lang duurt, worden wij in ons bestaan bedreigd. Dan rest ons geen andere keus dan de kippen weer buiten te laten'', aldus Borren.
Alle commerciële pluimveehouders zijn sinds bijna twee weken verplicht hun kippen in de stal te houden. Deze zogenoemde ophokplicht is bedoeld om de kans op besmetting met vogelgriep via de mest van trekvogels zo klein mogelijk te houden. Alleen hobbykippen mogen buiten blijven lopen.
De Biologische Pluimveehouders Vereniging overweegt leden te adviseren om de ophokplicht te negeren, ,,als wij niet serieus genomen worden door het ministerie van Landbouw'', aldus Borren. Er is volgens de pluimveehouders veel onduidelijkheid over de invulling van de ophokplicht. Het ministerie heeft bepaald dat kippen buiten mogen blijven lopen indien deze ren ,,mestdicht'' is overkapt. Dat wil zeggen dat de overkapping geen mest van trekvogels doorlaat. Borren: ,,Zo'n overkapping is veel te duur. Bovendien moeten we er een bouwvergunning voor aanvragen die maanden op zich laat wachten. Die overkapping is een fopspeen van het ministerie.''
Ook willen de biologische kippenboeren dat er snel duidelijkheid komt over de prijs van de eieren. ,,De afzet van onze eieren is niet gegarandeerd'', aldus Borren. ,,Wij krijgen signalen uit Brussel dat de Europese Commissie het binnenhouden van kippen niet als een veterinaire noodzaak ziet. Dat zou betekenen dat onze eieren als gewone en goedkopere scharreleieren verkocht moeten worden.''
De Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van LNV ziet toe op de naleving van de ophokplicht. Commerciële bedrijven die pluimvee buiten hebben lopen, krijgen eerst een waarschuwing, daarna volgen sancties. ,,Wij hopen dat de pluimveehouders inzien dat deze maatregel nodig is om de vogelgriep te voorkomen'', aldus een woordvoerder van het ministerie.
Volgens de Biologische Pluimveehouders Vereniging is er inmiddels ,,een aantal'' bedrijven dat grote moeite heeft om de kippen rustig te houden. De kippen pikken elkaar in de veren, hetgeen tot kannibalisme kan leiden.
naar boven
Duitsland legt advies ophokplicht naast zich neer
vrijdag 2 september 2005
bron: Agrarisch Dagblad
De Duitse regering heeft het besluit genomen om het advies dat wetenschappers hadden gegeven om het pluimvee op te hokken naast zich neer te leggen. Daarmee hoeven de Duitse pluimveehouders de kippen niet op te hokken. Renate Künast, landbouwminister van Duitsland, stelt dat op dit moment het risico van besmetting de ophok van pluimvee nog niet rechtvaardigt.
Wel zal er een voortdurende strenge controle zijn op vogelpest bij vrije uitloopkippen en bij trekvogels. Mocht het risico op een uitbraak van vogelpest toenemen, dan word de ophokplicht alsnog ingesteld.
naar boven