"Nederland voorbereid op dierziektes", kamer uit stevige kritiek
woensdag 30 juni 2004
bron: Reformatorisch Dagblad
Redactie politiek
DEN HAAG - De Tweede Kamer heeft dinsdag stevige kritiek geuit op de aanpak van de vogelpestcrisis vorig jaar. De diagnose van de ziekte heeft te lang geduurd en in het begin was er te weinig mankracht en apparatuur voorhanden om het virus in de kiem te smoren. Minister Veerman van Landbouw gaf toe dat de kritiek juist was, maar volgens hem is Nederland nu wel goed voorbereid op een nieuwe uitbraak.
VVD’er Oplaat hekelde dinsdag tijdens de evaluatie van de vogelpestuitbraak het aanvankelijke gebrek aan ruimingscapaciteit. „Daardoor loop je al direct achter de feiten aan.” De liberaal pleitte ervoor een goed uitgerust, Europees team in te stellen dat snel kan uitrukken bij een vogelpestuitbraak ergens in Europa. De kritiek van SGP’er Van der Vlies richtte zich op de aanpak van hobbydierhouders. „Wat mij dwarszit, is dat degenen die weerstand boden, de dans zijn ontsprongen. Ongehoorzaamheid werd zo beloond en dat kan niet.” Hij wil dat Veerman in samenspraak met Brussel tot een oplossing komt voor de werkwijze ten aanzien van hobbydierhouders.
Minister Veerman gaf toe dat de kritiek van de Kamer juist was, maar liet tegelijkertijd weten dat een eventuele nieuwe vogelpestuitbraak wel goed kan worden bestreden. Een groep mensen doorloopt voortaan jaarlijks oefeningen en cursussen voor een adequate crisisbestrijding. Hij benadrukte nog dat Europese regels hem weinig ruimte bieden voor een andere aanpak van een dierziekte. Veerman wil het Nederlands EU-voorzitterschap, dat morgen begint, benutten om een aanpassing van het beleid voor dierziektebestrijding, dat op steun van de maatschappij kan rekenen, in de steigers te zetten. De bewindsman toonde zich dinsdag na lang aandringen door de Kamer bereid de vermeerderaars -producenten van broedeieren voor vlees- en legrassen- extra financiële steun te geven. Dat geld komt boven op de 3 miljoen euro die ze van Brussel krijgen als compensatie voor geleden schade door de vogelpest. Veerman noemde het wel „buitengewoon kwalijk” dat de sector zelf weigert mee te betalen.
naar boven
Nederland was in 2003 niet klaar voor vogelpest
woensdag 30 juni 2004
bron: Eindhovens Dagblad
Door ARNOLD MANDEMAKER
DEN HAAG – Het ministerie van Landbouw was vorig jaar niet voorbereid op de uitbraak van vogelpest. Dat heeft minister Veerman (CDA) gisteravond toegegeven tijdens een debat in de Tweede Kamer. „Het was 76 jaar geleden dat vogelpest in Nederland was“, luidde zijn verontschuldiging.
Veterinaire experts hebben vorige week tijdens een hoorzitting in de Kamer gezegd dat de massale uitbraak van vogelpest voorkomen had kunnen worden bij sneller ingrijpen. Veerman erkende dat gisteren volmondig. Wel vroeg hij de Kamer om begrip.
Niet alleen omdat het zo lang geleden was dat de dodelijke ziekte de kop opstak, ook omdat het een nu eenmaal een week duurde voordat onomstotelijk vaststond dat het om vogelpest ging. Daarna duurde het een tijd voordat de juiste ruimingsmethode was gevonden plus de mensen om dat uit te voeren.
Uiteindelijk zijn 4.000 ruimers aan de slag geweest. Om die mensen bij elkaar te krijgen moest zelfs een beroep worden gedaan op asielzoekers die geen of nauwelijks Nederlands spraken. Dat leidde tot allerlei communicatieproblemen tijdens het ruimen.
Ook werd een ’truc’ uitgehaald waardoor honderden ruimers onder een sofi-nummer op naam van ene F. Vogelpest aan het werk konden.
Nu is Nederland wel goed voorbereid, verzekerde Veerman. „Er is ruimingscapaciteit voorhanden, de apparatuur en de werkwijze zijn geboekstaafd.“
Ook worden er regelmatig oefeningen gehouden waarbij meerdere ministeries en de buurlanden zijn betrokken. Over het doden van hobbydieren was Veerman kort: op grond van Europese regels kon hij indertijd niet anders dan tot ruimen overgaan. „Het virus maakt geen onderscheid tussen productiedieren en hobbydieren, dus ze moesten onder hetzelfde regime vallen“, aldus de minister. De manier waarop de ruiming van hobbydieren is verlopen is wel ’onderwerp van nadere reflectie’, gaf Veerman toe. Maatschappelijk gezien is ruiming in de toekomst niet meer acceptabel, vindt de minister, zelf de trotse eigenaar van een koppel Barnevelders. Hij wil nagaan of het mogelijk is om met hobbyboeren te komen tot een sluitende registratie van alle dieren onder hun beheer.
Nederland belegt dit najaar, als voorzitter van de Europese Unie, een conferentie over de bestrijding van dierenziekten, zoals vogelpest, varkenspest en mond- en klauwzeer. Daar wil Veerman onder meer nadere afspraken maken over regels voor ruiming en vaccinatie van hobbydieren.
De minister beloofde de Kamer gisteren dat hij eind dit jaar of begin volgend jaar met voorstellen op dat punt zal komen.
naar boven
Kamer wil professionele dierziektebestrijders
dinsdag 29 juni 2004
bron: de Nederlandse Brandweer
DEN HAAG (ANP) - Mensen die in het veld werken om dierziekten als
de vogelpest te bestrijden, moeten weten wat ze doen en bij een
uitbraak ,,morgen'' direct klaar zijn voor hun taak.
Volgens de Tweede-Kamerleden kan dat via een Europese
'beroepsbrandweer' voor dierziekten, 'vliegende brigades' van
professionals of door de crisisbestrijders regelmatig te trainen.
De Kamerleden uitten dinsdag tijdens de evaluatie met minister
Veerman van Landbouw van de aanpak van de vogelpestcrisis, die
Nederland vorig jaar trof, hun kritiek op de gang van zaken in de
eerste weken.
Net als adviesbureau Berenschot concludeerde in zijn rapport "Crisis tussen mens en dier", vindt ook de Kamer dat de diagnose
van de ziekte te lang heeft geduurd en dat er in het begin te
weinig mankracht en apparatuur voor handen was om het virus in de
kiem te smoren.
,,Op dat moment loop je al achter de feiten aan'', stelde
VVD-Kamerlid Oplaat, die pleitte voor een Europese team met alle
middelen voor de bestrijding van dierziekten.
Bij de bestrijding van de vogelpest zijn de ministeries van
Landbouw en Volksgezondheid ,,op onderdelen absoluut tekort
geschoten'' volgens PvdA-Kamerlid Waalkens. Op zijn CDA-collega
Atsma na, die wat milder in zijn kritiek is, deelde de Kamer die
opvatting.
De Kamerleden waren er dinsdag echter niet op uit de
verantwoordelijk ministers Veerman en Hoogervorst
(Volksgezondgheid) langdurig op de vingers te tikken. Zij wilden
vooral van de bewindslieden horen dat het bij een eventuele
volgende uitbraak wel goed geregeld is.
Hoogervorst verzekerde dat van de aanvankelijke onderschatting
van de gevaren van het vogelpestvirus voor mensen al lange tijd
geen sprake meer is. Door onder meer aanpassing van de
crisisdraaiboeken en de Autoriteit voor bestrijding van
Infectieziekten, die nu wordt opgezet, weet hij zeker dat beide
ministeries er bij een nieuwe crisis'' beter bovenop kunnen
zitten''.
Ook Veerman stelt klip en klaar dat Nederland nu wel voorbereid
is op een nieuwe uitbraak van het virus en dat een groep mensen
jaarlijkse oefeningen en cursussen voor een adequate
crisisbestrijding doorloopt. Wat betreft de bestrijding in de
praktijk, het doden van zieke dieren en het preventief ruimen van
gezonde dieren en hobbydieren, benadrukte de minister dat de
Europese regels nog amper ruimte bieden voor een andere aanpak waar
de maatschappij om vraagt. ,,Maar ik zal die ruimte wel opzoeken'',
aldus Veerman.
Hij zal het Nederlands EU-voorzitterschap, dat donderdag begint,
wel benutten om een aanpassing van het beleid voor
dierziektebestrijding, dat op steun van de maatschappij kan
rekenen, in de steigers te zetten.
Bij de vogelpestcrisis in 2003 kwam een dierenarts om het leven
door besmetting met het virus. Negentien mensen, die bij de
ruimingen hielpen, raakten besmet. In totaal zijn 30,7 miljoen
landbouw- en hobbydieren gedood.
Meer op deze site over het "rapport Berenschot":
«
Het rapport Berenschot...
Kruimels om de hobbyfokkers zoet te houden?
(17 april 2004)
«
Evaluatie vogelpest - "de crisis tussen mens en dier"
(15 april 2004)
naar boven
Dé verantwoording, een jaar later
maandag 28 juni 2004
persbericht van de Waarheidscommissie Vogelpest
NUENEN - Verantwoording door minister Veerman over zijn aanpak van de Aviaire Influenzacrisis 2003 in de Tweede Kamer komt een jaar na het stoppen van de ruimingen.
Hierbij staat nu reeds vast dat de huidige aanpak van hobbymatig gehouden pluimvee bij een volgende crisis niet meer effectief zal zijn. De gevolgde aanpak gaat er immers van uit dat het ruimen van hobbymatig gehouden pluimvee leidt tot het volledig vrijmaken van een bepaald gebied. Een onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat bij een volgende crisis het hobbypluimvee en masse zal worden verborgen of elders zal worden ondergebracht teneinde deze zinloze maatregel te voorkomen, dit omdat er nu onomstotelijk is komen vast te staan dat hobbypluimvee in geen enkel geval tot de uitbraak van AI heeft bijgedragen.
Dat hiervan volksvertegenwoordigers van met name de twee grote regeringspartijen nog niet volledig van zijn doordrongen bleek onder meer tijdens het rondetafelgesprek met de Vastekamercommissie van LNV van afgelopen donderdag, toen hun benadering van de aanwezige afvaardiging van hobbydierhouders niet bijdroeg aan een oplossing hoe om te gaan met hobbydieren in geval van een uitbraak van vogelpest, noch aan het herstel van vertrouwen bij hobbydierhouders in overheid en democratie.
Vertegenwoordigers van de hobbydierhouders in Nederland, zo’n 600.000 in aantal, zoals de Waarheidscommissie Vogelpest [WCV], Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders [NBvH] en de Stichting Bescherming Hobbydierhouder Nederland [SBHN], drie belangenorganisaties die inmiddels nauw met elkaar samenwerken, zullen er morgen, onder het wakend oog van boegbeeld ‘De Ark’, op toezien of minister Veerman hun aanbevelingen bij de bestrijding van een toekomstige uitbraak van besmettelijke dierziekten in zijn nieuwe beleid heeft ingepast.
En hij zo zijn uitspraak: “ Vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie heb ik al aangegeven dat het huidige bestrijdingsbeleid moet worden herzien en wil ik hierbij heel nadrukkelijk de belangen van hobbydierhouders mee laten wegen”, daadwerkelijk gestand doet.
Niet de grote maatschappelijke onrust die het zinloos ruimen en doden van hobbymatig gehouden dieren teweeg heeft gebracht, maar afschaffing van het non-vaccinatiebeleid op Europees niveau, het in geval van ruimingen van buiten naar binnen ruimen en het door de commerciële pluimveesector ‘zelf de broek ophouden’ bij het buiten het bedrijf houden van besmettelijke dierziekten, moeten de aanleiding tot aanpassing van het bestrijdingsbeleid zijn.
De hobbydierhouder, in de vorm van het haar dieren als ‘sentinel-dier’ beschikbaar stellen, kan hierbij een grote bijdrage leveren, zo kunnen massale ruimingen worden voorkomen en economische belangen hand in hand gaan met ethische en maatschappelijke belangen.
Minister Veerman, hobbydierhouder Nederland is er morgen, een jaar later!
Namens de Waarheidscommissie Vogelpest
Ad van Noort, PR & Communicatie
naar boven
'Ruimen achteraf niet nodig'
vrijdag 25 juni 2004
bron: Dagblad De Limburger
Den Haag - De massale uitbraak van vogelpest in het voorjaar van 2003 had voorkomen kunnen worden als de overheid sneller was begonnen met het ruimen van verdachte pluimveebedrijven in de Gelderse Vallei. De ruiming van vele duizenden hobbydieren diende, achteraf gezien, geen enkel doel.
Dat hebben diverse deskundigen op gebied van veterinaire ziekten gisteren gezegd tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer.
,,Het had niet zo hoeven lopen'', zei de Somerense dierenarts A.Steentjes, woordvoerder namens de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Ook dr. G.Koch van het Centraal Instituut Dierziekte Controle (CIDC) in Lelystad, dé pluimvee-autoriteit van Nederland, vindt dat de vogelpest niet had hoeven uitgroeien tot een epidemie. ,,Meer ruimingscapaciteit had de crisis beperkt kunnen houden'', gaf Koch toe. Uiteindelijk zijn 25miljoen 'productiedieren' en vele tienduizenden hobbydieren geruimd voor de vogelpest onder controle was.
De vogelpest stak op 28 februari 2003 de kop op in de Gelderse Vallei. Dierenarts G. van Eijden uit Putten vertelde de Kamer dat het bijna een week duurde voordat de onderzoeksresultaten terugkwamen van het CIDC, die aangaven dat het inderdaad om klassieke vogelpest ging, die al zeventig jaar niet in Nederland was voorgekomen.
Als toen onmiddellijk was geruimd, had de virusziekte niet kunnen overslaan van de kleinschalige Gelderse boerderijen naar de mega-pluimveebedrijven in Oost-Brabant en Noord-Limburg, zeggen alle deskundigen achteraf.
Uit vrees dat rondscharrelende kippen, eenden en ganzen de zeer besmettelijke ziekte zouden overbrengen, werd besloten ook hobbydieren in de besmette gebieden te ruimen. Ruim 17.000 hobbydierhouders moesten afscheid nemen van hun dieren. Die maatregel was achteraf niet nodig, gaf CIDC-directeur dr. A.Bianchi gisteren toe: ,,Sierdieren die niet worden verplaatst, hoeven niet geruimd'', is wat hem betreft de les voor de toekomst.
De Tweede Kamer spreekt volgende week met minister Veerman van Landbouw over de aanpak van de vogelpest.
naar boven
Ruiming hobbydier onnodig
vrijdag 25 juni 2004
bron: Eindhovens Dagblad
Door ARNOLD MANDEMAKER
Optreden bij vogelpest te traag
Ruiming hobbydier onnodig
Dat hebben vooraanstaande deskundigen op gebied van veterinaire ziekten gisteren gezegd tijdens een ronde-tafelgesprek in de Tweede Kamer. „Het had niet zo hoeven lopen“, zei de Somerense dierenarts A. Steentjes, woordvoerder namens de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Ook dr. G. Koch van het Centraal Instituut Dierziekte Controle (CIDC) in Lelystad, dé pluimvee-autoriteit van Nederland, vindt dat de vogelpest niet had hoeven uitgroeien tot een epidemie. „Meer ruimingscapaciteit had de crisis beperkt kunnen houden“, zei Koch. Uiteindelijk zijn 25 miljoen ’productiedieren’ en vele tienduizenden hobbydieren geruimd voor de vogelpest onder controle was. De vogelpest stak op 28 februari vorig jaar de kop op in de Gelderse Vallei. Dierenarts G. van Eijden uit Putten, gespecialiseerd in pluimvee, was als eerste op zes bedrijven waar pluimvee onverklaarbaar ziek werd. Hij vertelde de Kamer dat het bijna een week duurde voordat de onderzoeksresultaten terug kwamen van het CIDC, die aangaven dat het inderdaad op klassieke vogelpest ging.
Het was een ziekte die al zeventig jaar niet in Nederland was voorgekomen. Als toen onmiddellijk was geruimd, had de virusziekte niet kunnen overslaan van de kleinschalige Gelderse boerderijen naar de mega-pluimveebedrijven in Oost-Brabant en Noord-Limburg, zeggen alle deskundigen achteraf. Maar dat gebeurde niet omdat het ministerie van Landbouw eerst ruimingsploegen moest samenstellen en een manier moest verzinnen om kippen ter plekke te doden. Het duurde zeker een week voordat die machinerie op gang kwam.
Uit vrees dat rondscharrelende kippen, eenden en ganzen de zeer besmettelijke ziekte zouden overbrengen, werd besloten om ook hobbydieren in de besmette gebieden te ruimen. Uiteindelijk werden zelfs ’pluimvee-vrije’ zones gecreëerd in onder meer Oost-Brabant. Ruim zeventienduizend hobbydierhouders moesten afscheid nemen van hun dieren. Die maatregel was achteraf niet nodig, gaf CIDC-directeur dr. A. Bianchi gisteren toe: „Sierdieren die niet worden verplaatst, hoeven niet geruimd.“ Dat was indertijd precies het argument waarmee hobbyboeren voor de rechter tevergeefs ruiming probeerden te voorkomen.
naar boven
Pluimveesector moet fikse inhaalslag maken
maandag 3 mei 2004
door: Dierenbescherming afdeling Rivierenland
Op de site voor "online agrarische bedrijfsvoering" (www.ziezo.bis) lazen wij tot onze verbazing het volgende:
"De vogelpest betekende voor pluimvee en eieren niet alleen zware verliezen voor 2003, maar zet de sector ook dit jaar op een grote achterstand. Dat voorspelt het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE).
Omdat vorig jaar 15 tot 20 procent minder (opfok-)ouderdieren zijn aangevoerd, kan er dit jaar beduidend minder worden geproduceerd ten opzichte van het ijkjaar 2002. De bruto binnenlandse productie zal dan ook navenant dalen met zo’n 18 procent, denkt het PPE.
Extra tegenwind is er in de vorm van nieuwe veterinaire maatregelen die Rusland binnenkort waarschijnlijk afkondigt.
Enige troost biedt de uitbraak van vogelpest in Zuidoost-Azië, die de productie aldaar heeft stilgelegd. Door de ontstane schaarste zal de prijs van vleeskuikens stijgen"
Het moet niet veel gekker worden......
naar boven
Waarheidscommissie Vogelpest ontvangt oorkonde van de Partij voor de Dieren
1 mei 2004
Op 1 mei 2004 tijdens de oprichtingsvergadering van de Partij voor de Dieren [PvdD] afdeling Noord Brabant kreeg Sjef van Bers, voorzitter van de Waarheidscommissie Vogelpest [WCV], een oorkonde aangeboden. Een dankbetuiging van de PvdD voor hun grote inzet voor de dieren tijdens de vogelpestcrisis van het afgelopen jaar.
In het bijzijn van Omroep Brabant ging Sjef nogmaals in op wat er tijdens de vogelpestcrisis allemaal was voorgevallen en het hoe en waarom de WCV eigenlijk was opgericht.
De PvdD kreeg het zwartboek ‘Vogelpest, het verdriet van Nederland’ uitgereikt. In dit zwartboek, dat inmiddels werd aangeboden aan minister Veerman, de Vaste Kamercommissie van LNV van de Tweede Kamer en aan de Landbouwcommissie van het Europees Parlement, wordt in het redactionele eerste deel onomstotelijk aangetoond dat het beleid van de Nederlandse overheid compleet zinloos was en dat er bij zo’n 17.000 hobbydierhouders rond de 180.000 hobbydieren voor niets en vaak op gruwelijke wijze werden gedood.
Lees
het volledige persbericht van de Waarheidscommisie.
Met het bij de komende Europese verkiezingen wensen van veel succes voor de Partij voor de Dieren werd een zeer geslaagde en belangrijke ‘diermiddag’ afgesloten.
naar boven
Stappen om hobbykippen in toekomst te sparen
woensdag 14 april 2004
bron: Agrarisch Dagblad
De pluimveesector wil stappen zetten om hobbydieren bij een toekomstige uitbraak van dierziekten te behoeden voor ruiming.
Volgens de Stichting Solidariteit Pluimveehouderij wordt gewerkt aan een registratiesysteem waarbij de hobbykippen van het commercieel gehouden pluimvee gescheiden kunnen worden.
"Zo'n regeling opent de weg om hobbypluimvee (net als nu al de dierentuinvogels) te vaccineren en daarmee mogelijk vrij te stellen van ruiming'", zo heeft de stichting woensdag bericht. De identificatie- en registratieregeling is één van de eerste concrete resultaten van het zogenoemde Commitment van Utrecht, waarmee de sector zich afgelopen november ten doel stelde te komen tot een 'levenskrachtige pluimveesector'.
Tijdens de uitbraak van de vogelpest in Nederland in 2003 is het pluimvee van 16.490 hobbydierhouders geruimd; in totaal werden 30,7 miljoen dieren gedood.
Met de regeling wil de pluimveesector zich moderniseren. Onder meer verbetering, een hoger dierenwelzijn en een beter contact met consumenten maken daar deel van uit. Een werkgroep met daarin vertegenwoordigers van de stichting, de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) en Wageningen Universiteit en Researchcentrum verwerken die afspraken nu tot concrete plannen. De identificatie en registratieregeling voor pluimvee is er daar één van.
Op dit moment mogen (landbouw)dieren van Europa niet gevaccineerd worden in de strijd tegen besmettelijke dierziekten als vogelpest. Minister Veerman van Landbouw heeft eerder al aangekondigd dit Europees nonvaccinatiebeleid ter discussie te willen stellen tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar.
naar boven
Vogelpest niet vastgesteld in Nederland
donderdag 8 april 2004
bron: BN/DeStem
Bij de vier Nederlandse pluimveebedrijven waarvan de dieren in maart zijn gedood, is geen bewijs van besmetting met het vogelpestvirus gevonden.
In de eerste, snelle testen werden in de kippen en eenden sporen van een milde versie van het vogelpestvirus gevonden. In het uitgebreide onderzoek, de zogenoemde virusisolatietest, zijn de onderzoekers er niet in geslaagd het virus te vinden en te identificeren. Het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle in Lelystad gaat bekijken hoe de twee testen verschillende uitslagen konden geven.
In maart zijn op bedrijven in Uithuizermeeden, Lopik, Steenbergen en Liempde dieren geruimd.
naar boven
Waarheidscommissie Vogelpest brengt Europa op andere gedachten
dinsdag 6 april 2004
door Marc van der Sterren
Het Europees Parlement is een stap dichter bij vaccineren en erkent de bijzondere positie waarin hobbydierhouders zich bevinden. De Waarheidscommissie Vogelpest heeft hen hier van weten te overtuigen. Na het aanbieden van het Zwartboek Vogelpest erkent het europarlement de maatschappelijke onrust onder hobbydierhouders die ontstaan is tijdens de afgelopen vogelpestcrisis
Het aanbieden van het Zwartboek Vogelpest aan het europarlement was een unieke gebeurtenis. De Waarheidscommissie Vogelpest (WCV) mocht gisteren in een commissievergadering het woord voeren. Na een inleiding door WCV-voorzitter Sjef van Bers ontstond een debat waarin behalve Nederlandse, ook Duitse, Franse en Oostenrijkse parlementariërs zich mengden.
WCV-lid Ad van Noort noemt het debat een groot succes. "Het parlement is ervan overtuigd dat er tijdens de vogelpestcrisis meer is gebeurd dan alleen het doden van dieren. Ze zijn zich ervan bewust dat het overheidsoptreden in Nederland daadwerkelijk maatschappelijke onrust heeft veroorzaakt."
Volgens Van Noort is de commissie naar aanleiding van het debat meer geneigd vaccineren toe te staan en hobbydieren een aparte status toe te kennen. Niet hobbydierhouders maar professionele pluimveebedrijven zijn primair verantwoordelijk voor de problematiek, erkent ook het europarlement. "Toch zijn wij niet tegen de professionele sector", benadrukt Van Noort.
Dierenarts Sjef van Bers, voorzitter van de WCV, geeft echter te kennen dat de intensieve manier van huisvesten een probleem vormt. "De pluimveedichtheid maakt de kans op een uitbraak groter. In een propvolle disco loop je eerder iets op dan in je achtertuin."
Volgens Van Noort is het Brusselse succes van de Waarheidscommissie Vogelpest voor een groot deel te danken aan de inzet van met name de VVD-europarlementariërs Toine Manders en Jan Mulder. "Dankzij hun inspanningen zal er waarschijnlijk meer geld vrijgemaakt worden voor het ontwikkelen van markervaccins. Er stond een bedrag van 1,6 miljoen voor, dit wordt waarschijnlijk opgeschroefd naar 4 miljoen."
Zie ook:
» Verslag van de unieke EU-vergadering over en met hobbydierhouders
naar boven
Dit beleid is de pest voor onze kippen
dinsdag 6 april 2004
Een open brief van de Dierenbescherming aan de Tweede Kamer, gepubliceerd in de Volkskrant en de Telegraaf. Enige citaten uit deze brief:
Op dit moment worden duizenden kippen preventief gedood vanwege een ongevaarlijke variant van de vogelpest ....
Tweede kamer, vaccineren is de enige oplossing en dat weet u ook!
Per 2012 zou eindelijk de verfoeide legbatterij tot het verleden behoren. Maar de EU-wetgeving laat ruimte voor een legbatterij-in-vermomming: de "verrijkte" kooi ....
Tweede kamer, trap er niet in. Dit waarde(n)loze beleid is de pest voor onze kippen!
» Lees de volledige open brief (met foto's)
Het document is in PDF-formaat,
om dit te kunnen lezen is Adobe Acrobat Reader nodig. Heb je dat nog niet, dan kun je het hier gratis
downloaden.
naar boven
Antwoorden kamervragen over Aviaire Influenza in andere landen
bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
2 april 2004
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
ons kenmerk: VVA. 2004/1026
onderwerp: Vragen over Aviaire Influenza in andere landen
TRC 2004/696
Geachte Voorzitter,
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen gesteld door het lid Van Velzen (SP) over vogelpest in andere landen (ingezonden 25 maart 2004).
1.
Heeft u afgelopen maandag in Brussel gesteld dat het vogelpestvirus niet alleen in Nederland voorkomt? Op basis van welke gegevens concludeerde u dat het vogelpestvirus niet alleen in Nederland voorkomt? (ANP, 23 maart 2004) Om welke landen gaat het hier?
Tijdens de zitting van de Landbouwraad van 22-23 maart jl. heb ik aan de orde gesteld dat laagpathogene Aviaire Influenza (AI) virussen niet alleen in Nederland voorkomen. Uit onderzoek is bekend dat infecties met laagpathogene AI-virussen ook in andere lidstaten voorkomen. Voorts waren de eenden van het bedrijf in Lopik afkomstig uit Frankrijk.
Zoals ik in mijn brief van 17 maart jl. (Kamerstuk 2003-2004, 28807, nr. 73) heb aangegeven, zijn er op twee pluimveebedrijven antistoffen tegen het AI-virus aangetroffen. Uit vervolgonderzoek bleek dat er op nog twee contactbedrijven antistoffen bij het pluimvee aanwezig waren. Op twee van de vier bedrijven is ook het virus aangetoond. Op basis van het ontbreken van symptomen en sequentie-analyse van het virusgenoom is geconcludeerd dat in alle gevallen sprake was van een laagpathogeen virus.
2.
Deelt u de mening dat indien het vogelpestvirus ook in andere landen voorkomt er in Nederland aanvullende maatregelen getroffen moeten worden? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
In Europees verband is monitoring voor laagpathogene AI voorgeschreven. In Nederland zijn er twee systemen ontwikkeld om de gevolgen van een mogelijke insleep van AI bij pluimvee zo klein mogelijk te maken, te weten monitoring en early warning. Hierover heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd (Kamerstuk 2003-2004, 28807, nr. 70 en Kamervragen met antwoord 2003-2004, nr. 1109).
Indien uit de Europese monitoring nieuwe gevallen van de laagpathogene variant van het AI-virus zouden worden aangetroffen, zie ik geen noodzaak om naast de inzet van voornoemde instrumenten aanvullende maatregelen te treffen. Met behulp van deze instrumenten wordt het risico dat de zo gevreesde hoogpathogene variant van het AI-virus opnieuw de kop op kan steken tot een minimum beperkt.
3.
Deelt u de mening dat een dergelijke willekeur in zorgvuldigheid in de verschillende lidstaten het failliet van het dierziektebeleid in de EU aantoont? Zo neen, waarom niet?
Nee. Het feit dat binnen de Europese Unie een monitoringsprogramma op AI tot stand is gekomen, geeft het belang aan van het Europese dierziektebeleid. Immers, op deze manier kan het Europees voorkomen van de milde variant van het AI-virus bepaald worden. Het is nu wel zaak bij de uitvoering van de monitoring een geharmoniseerde aanpak van positieve bedrijven overeen te komen. Ik heb daar tijdens de zitting van de Landbouwraad van 22-23 maart jl. ook aandacht voor gevraagd. Daarom heb ik aan de Europese Commissie gevraagd om op korte termijn met voorstellen te komen over de wijze waarop met positieve monsteruitslagen moet worden omgegaan.
4.
Deelt u de mening dat het importverbod dat Japan, Rusland en Polen instelden naar aanleiding van de Nederlandse zorgvuldigheid het failliet van het dierziektebeleid aantoont? Zo neen, waarom niet?
Nee. In het antwoord op vraag 3 heb ik gewezen op het belang van een Europese aanpak van dierziektebestrijding. Het belang daarvan is evident nu Nederland recent aan den lijve heeft ondervonden dat belangrijke importeurs als Rusland en Japan hun grenzen voor Nederlands pluimveevlees hebben gesloten na het aantreffen van laagpathogene AI-virussen in Nederland. Dit benadrukt eens te meer de noodzaak om tot een geharmoniseerde reactie op positieve bevindingen te komen. De Commissie en de lidstaten zijn zich hiervan zeer bewust. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat momenteel hard gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een nieuwe richtlijn inzake de bestrijding van AI, waarbij ook aandacht wordt besteed aan laagpathogene AI. Voorts wordt in het kader van de wereldorganisatie voor diergezondheid Office International des Epizooties (OIE) gediscussieerd over aanpassing van de definitie van AI. Dit zal mogelijk gevolgen hebben voor de wijze waarop de milde vorm van AI bestreden moet worden. Naar aanleiding daarvan zal Nederland het huidige maatregelenpakket dan herzien.
5.
Gaat u naar aanleiding van deze kwestie op korte termijn nog verdere stappen ondernemen al dan niet op Europees niveau om de sector te reorganiseren teneinde zinloos afmaken van dieren te stoppen? Zo ja, welke stappen? Zo neen, waarom niet?
Nee. Er is geen reden om naar aanleiding van het aantreffen van laagpathogene AI-virussen bij enkele pluimveebedrijven verdere stappen te ondernemen om de sector te reorganiseren. De verantwoordelijk voor de structuur van de sector ligt overigens ook bij het bedrijfsleven zelf.
De overheid kan wel bijdragen aan het scheppen van zodanige randvoorwaarden dat het onnodig doden van dieren wordt voorkomen. De afgelopen jaren heb ik me daarom in Europees verband sterk gemaakt voor het zoveel mogelijk opheffen van het non vaccinatiebeleid.
De minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit,
dr. C.P. Veerman
naar boven